
Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997
Artikel 30
1
Een kamer oefent de in artikel 28 en 29 bedoelde werkzaamheden uit voor zover daarin niet in voldoende mate wordt voorzien door rechtspersonen die volgens hun statuten tot doel hebben de belangen van ondernemers te behartigen en draagt er zorg voor dat deze werkzaamheden niet leiden tot mededinging met ondernemingen of vrije beroepsbeoefenaren die uit een oogpunt van een goede marktwerking ongewenst is.
2
Een kamer draagt er voorts zorg voor dat haar werkzaamheden niet leiden tot het verhinderen, beperken of vervalsen van de mededinging tussen ondernemingen of vrije beroepsbeoefenaren.
3
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op het eerste en tweede lid regels worden gesteld die inhouden dat:
a
bepaalde werkzaamheden door de kamers niet mogen worden verricht of
b
de kamers zich bij bepaalde werkzaamheden dienen te gedragen overeenkomstig een in dat besluit aangegeven wijze.
4
Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van rechtspersonen van wie de meerderheid van de aandelen of de stemrechten in de algemene vergadering direct of indirect in handen is van een of meer kamers, of van wie de meerderheid van de bestuurders of van de commissarissen direct of indirect door een of meer kamers wordt benoemd.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.